BlogsWerk maken van werken moet lonen: belast vermogen en verlaag inkomstenbelasting

Werk maken van werken moet lonen: belast vermogen en verlaag inkomstenbelasting

Werk maken van werken moet lonen: belast vermogen en verlaag inkomstenbelasting

De laatste tijd wordt in steeds meer landen voorgesteld vermogen te belasten. Ook in ons land. Wij hadden we die belasting tot 2001. Ik stel voor vermogen tegen een tarief van 1% te belasten en de opbrengst te gebruiken om de inkomstenbelasting te verlagen. Zo kan werk worden gemaakt van het ‘werken moet lonen’.

1. Verschuiving fiscale druk van arbeid naar vermogen

Het negatieve gepraat over belastingen moet maar eens afgelopen zijn. Anders blijven we zitten met een stelsel dat niet meer werkt: we kunnen nu eenmaal niet zonder en dan is het beter er constructief over na te denken. De zeer vermogenden betalen nu percentueel minder belasting dan de hogere middenklasse. Dat komt doordat ons stelsel gunstiger is voor vermogen dan voor werken. Een brede vermogensbelasting zorgt voor meer evenwicht als we de invoering gepaard laten gaan met verlaging van de inkomstenbelasting. Een bescheiden vermogensheffing in combinatie met een lagere fiscale druk op werken en ondernemen is rechtvaardiger én beter voor de economie.

Box 3 wordt als vermogensbelasting aangeduid. Vermogensinkomsten worden belast door een rendement te veronderstellen gelijk aan een percentage van het vermogen. Deze systematiek werkt daarom inderdaad als een vermogensbelasting. Dit artikel gaat over een belasting over het totale vermogen, inclusief woning, onderneming en aanmerkelijkbelangaandelen.

De economie draait op arbeid en vermogen. De laatste jaren is arbeid schaarser dan vermogen geworden. Vanwege de vergrijzing zal dit nog toenemen. Nu krijgt 1 op de 5 Nederlanders AOW. In 2040 zal dat naar verwachting 1 op de 4 zijn. In dit licht is het verstandig de fiscale druk op arbeid te verlagen en die op vermogen te verhogen.

2. Vermogensbelasting niet nieuw

Sommige Nederlanders hebben ooit vermogensbelasting betaald. De Wet op de vermogensbelasting 1964 is in het kader van de Belastingherziening 2001 ingetrokken. In het laatste jaar van haar bestaan bedroeg het tarief 0,7%, dat werd geheven over het vermogen boven de belastingvrije som. Door royale vrijstellingen en constructies was de opbrengst zeer gering. Afschaffing paste in een internationale trend, waarbij de fiscale druk steeds meer werd verschoven van rijken naar de middeninkomens.

3. Vermogen biedt draagkracht

Het wordt in het algemeen rechtvaardig gevonden belasting naar draagkracht te heffen. De bijdrage aan de schatkist zou groter moeten zijn naarmate het inkomen hoger is. Maar niet alleen inkomen zorgt voor draagkracht, ook vermogen. Zo heeft iemand met €2 miljoen aan cryptovaluta of goud een aanzienlijke draagkracht, ook al genereren deze activa geen inkomen. Door iets van het bezit te gelde te maken kan men boodschappen doen, auto rijden, op vakantie gaan, giften doen én belasting betalen.

Er is dus wat voor te zeggen naast het inkomen uit het vermogen het vermogen zélf te belasten. Dat er eventueel op moet worden ingeteerd, hoeft geen bezwaar te zijn. Eventuele betalingsproblemen in verband met verliezen of lage rendementen kunnen worden opgelost met een invorderingsfaciliteit.

Vermogensbelasting kan haar rechtvaardiging dus vinden in het draagkrachtbeginsel. Daarnaast is er het profijtbeginsel: belasting betalen naar rato van het profijt van collectieve voorzieningen. Zo beschermen het rechtsstelsel en het bijbehorende handhavingsapparaat ieders eigendom. Vermogensbelasting kan worden gezien als een vergoeding voor dit profijt.

4. Uitruil met inkomstenbelasting

Onderdeel van het 10-puntenplan van mijn boek is een tarief van 1%, met een vrijstelling van €250.000 per persoon (€500.000 voor partners). Dit in combinatie met verlaging van de tarieven van de inkomstenbelasting, zodat arbeid en ondernemen milder worden belast. Uit een indicatieve berekening volgt dat de box 1-tarieven naar 25%, 35% en 45% kunnen gaan, met ter vervanging van de heffingskortingen een vrijstelling van €25.000 (partners €50.000). Omdat vermogen in zekere zin dubbel wordt belast – het vermogen alsook de inkomsten daaruit – worden in mijn voorstel de tarieven voor box 2 en box 3 aanzienlijk verlaagd tot 20%.

De heffing is hetzelfde voor alle vermogensbestanddelen: onderneming, woning, spaargeld en beleggingen. Zij werkt als een impuls voor het rendabel aanwenden van het vermogen en daarmee als een stimulans voor de economie.

Vermogensbelasting kan fungeren als pleister op de wonde van het beperkte inkomensbegrip van de inkomstenbelasting. Ik doel op de mogelijkheid voor aanmerkelijkbelanghouders de box 2-heffing langdurig uit te stellen. Langdurig uitstel zal ook optreden voor beleggers in de nieuwe box 3 die de vermogensaanwassystematiek kunnen toepassen. Door dat uitstel derft de overheid lange tijd belastingopbrengst en is de effectieve fiscale druk voor die inkomsten (te) laag. Vermogenden gaan een eerlijkere bijdrage leveren, omdat ze die heffing jaarlijks zijn verschuldigd.

Er zal een lobby plaatsvinden voor een vrijstelling van ondernemingsvermogen, net als de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet. Een heffing van 1% over ondernemingsvermogen is redelijk en vormt in de regel geen reële barrière voor economische activiteiten, ook als de heffing aan (familie)bedrijven moet worden onttrokken. Net als particulieren profiteren ondernemingen van de overheidsvoorzieningen. Zij moeten er daarom eerlijk aan meebetalen. Merk op dat in mijn voorstel mensen met bv’s compensatie vinden in verlaging van het box 2-tarief. Bij een rendement na VPB van 9% is die compensatie nominaal volledig. Ten opzichte van het huidige hoge box 2-tarief van 31% is bij mijn 20% sprake van een verlaging met 11 procentpunten. 11% x 9% = 1%. Wel is het zo dat de vermogensbelasting jaarlijks is verschuldigd en de box 2-heffing in de regel wordt uitgesteld.

Een proportionele heffing over het totale vermogen betekent een lagere druk naarmate het rendement hoger is. Een vermogensheffing van 1% leidt bij een rendement van 2% tot een aan het inkomen gerelateerde fiscale druk van 50%, bij een rendement van 4% 25% en 10% bij een rendement van 10%. Dat lijkt op het eerste gezicht niet erg rechtvaardig. Het inkomen wordt getroffen met inkomstenbelasting. Die heffing is wél hoger naarmate het inkomen hoger is. De draagkracht van het vermogen staat los van het daaruit behaalde rendement, zodat een vast tarief passend is. Een progressief tarief zou wellicht uit rechtvaardigheidsoverwegingen de voorkeur verdienen, maar lijkt mij op dit moment een brug te ver.

Bij de introductie van vermogensbelasting kan natuurlijk niet worden volstaan met het vaststellen van een tarief en het bedrag van de persoonlijke vrijstelling. Zo moet ook worden bepaald welk vermogen buiten beschouwing blijft, zoals pensioen, natuurschoon, inboedel, kunst en auto’s. Welke waarderingsmethode moet worden voorgeschreven? En bij wie moet het vermogen van partners en minderjarige kinderen worden belast? Moeten buitenlanders voor in Nederland gelegen vastgoed in de heffing worden betrokken? Bespreking van dergelijke aspecten is in dit stadium voorbarig.

5. Is vermogensbelasting in strijd met het Europese verdrag inzake rechten van de mens (EVRM)?

Het wordt als één van de functies van een rechtsstaat gezien het eigendom van de burgers te beschermen. Artikel 1 EP EVRM rept in dit verband van het recht op ongestoord eigendom. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat box 3 in strijd was met dit artikel (eigendomsbescherming) in combinatie met artikel 14 EVRM (discriminatieverbod). De huidige box 3 is feitelijk een (beperkte) vermogensbelasting. Gedacht zou daarom kunnen worden dat deze jurisprudentie ook invoering van een brede vermogensbelasting blokkeert. Dat is niet het geval.

De Hoge Raad overwoog dat de Wet IB 2001 een heffing dient te zijn over de aan het daadwerkelijk genoten inkomen ontleende draagkracht. Daarbij past geen forfaitair rendement. Er was sprake van discriminatie van belastingplichtigen met een laag rendement. Deze argumenten kunnen echter niet tegen een vermogensheffing worden aangevoerd. Deze treft het vermogen en belastingplichtigen met hetzelfde vermogen worden hetzelfde belast. Staten hebben in fiscale aangelegenheden een ruime beoordelingsmarge. Een heffing van1% is in het algemeen belang, niet onredelijk en niet disproportioneel. Daarom is zij vrijwel zeker in overeenstemming met het Europese recht.

6. Belastingherziening

Kabinet Jetten heeft in zijn Regeerakkoord 2026-2030 een ingrijpende hervorming van het belastingstelsel in het vooruitzicht gesteld. Gestreefd wordt naar een eenvoudiger stelsel waarin werken lonender wordt. Een agenda daartoe zou in het najaar van 2026 worden gepresenteerd. Een voorstel tot een brede vermogensbelasting moet hier naar mijn mening onderdeel van uit maken. Deze heffing kan worden gebruikt om werken lonender te maken, vermogensongelijkheid te beperken en op een weinig economisch verstorende manier opbrengsten voor de overheid te genereren. Voor gezonde overheidsfinanciën moet maar eens constructief over belastingheffing worden nagedacht, zonder dat men zich door taboes laat beperken.

7. Emigratie vermogenden

De obligate reactie op voorstellen om vermogenden te belasten is dat zij massaal gaan emigreren. Er wordt gretig verwezen naar recente emigratiegolven in andere landen. Die hadden echter niets te maken met invoering van een vermogensbelasting. Zo kwam de recente exodus van wealthy individuals uit het Verenigd Koninkrijk door afschaffing van het non-domiciled regime, waardoor de betrokkenen voortaan ook inkomstenbelasting zouden moeten betalen over beleggingsinkomsten uit het buitenland. De emigratiegolf in Zweden werd veroorzaakt door invoering van een met onze conserverende aanslag inkomstenbelasting vergelijkbare systematiek voor in vennootschappen opgepotte winsten. Er was commotie over een vermeende grootschalige emigratie van vermogenden in Noorwegen. Uit onderzoek is gebleken dat die zich niet heeft voorgedaan. Het voorstel tot invoering van een vermogensbelasting in Frankrijk is ingetrokken, zodat we niet weten tot welke emigratie dit had geleid. In Californië wordt gestemd over een eenmalige heffing van 5% over vermogens van meer dan 1 miljard dollar. Dit plan lijkt wel flink wat emigraties tot gevolg te hebben. Het plan is opportunistisch. Een structurele heffing tegen een redelijker tarief zou verstandiger zijn.

Emigratie is voor de meeste mensen ingrijpend vanwege een sterke binding met het land waar ze zijn geboren, opgegroeid, een gezin, familie, vrienden en economische activiteiten hebben. Werkend vanuit bijvoorbeeld Dubai kan minder goed gebruik worden gemaakt van het Nederlandse sociale en zakelijke netwerk. Van de 1000 personen die zeggen te zullen emigreren zal een minderheid dit ook daadwerkelijk doen. De hoeveelheid fiscaal gemotiveerde emigraties zal meevallen.

Aan emigratie om fiscale redenen kleeft ook een moreel aspect. Het verlaten van het land waar men is opgegroeid vanwege een vermogensheffing van 1% getuigt niet van een hoge moraal. Bij enige financiële ambitie zou men trouwens niet wakker moeten liggen van een jaarlijkse heffing van 1%.

8. Samenvatting

Door invoering van een brede vermogensbelasting kunnen de tarieven van de inkomstenbelasting worden verlaagd. Het betekent een verschuiving van fiscale druk van arbeid naar vermogen. Het is mijn overtuiging dat deze uitruil gunstig is voor de economie. Een jaarlijkse heffing van 1% over het totale vermogen zorgt voor een eerlijkere bijdrage van vermogenden. Het uitstel van heffing in box 2 en box 3 is daardoor minder bezwaarlijk. Een bescheiden heffing over het vermogen is niet strijdig met het eigendomsrecht van het Europese verdrag inzake rechten van de mens. Geaccepteerd moet worden dat invoering zal leiden tot fiscaal gemotiveerde emigraties, maar laten we die alsjeblieft niet overdrijven. Laat vermogensbelasting geen taboe zijn. Zij hoort op de agenda voor de belastingherziening van kabinet Jetten en zal werken pas echt lonender maken.

Dit artikel is een verkorte versie van mijn in NLFiscaal gepubliceerde Naar een brede vermogensbelasting. Zie ook mijn opinie in Het Financieele Dagblad. Dit idee vind je ook in mijn boek Belastingstelsel en ons sociale DNA.

Delen:
Secret Link